Beantwoord de vragen en zie live welke opleidingen bij jou passen.
Wordt live bijgewerkt. Groene letters = positief, rode letters = negatief in jouw profiel. Match % is relatief: 100 % = beste match in jouw resultaten.
De vragen die je beantwoordt gaan steeds over twee interessegebieden. Samen bouwen ze jouw persoonlijk profiel op in zes gebieden, aangeduid met de letters van RIASEC: Realistisch, Analytisch, Creatief, Sociaal, Ondernemend en Conventioneel.
Elke opleiding heeft diezelfde zes gebieden, elk met een aantal bijbehorende vaardigheden. Hoe meer vaardigheden voor een gebied, hoe sterker die opleiding daarin is gericht.
Per vraag kies je één van twee interessegebieden. Het gekozen gebied krijgt +2 punten, het gebied dat je niet koos krijgt −1 punt. Sla je een vraag over, dan veranderen beide gebieden niet.
Voor elke opleiding berekenen we hoe goed jouw profiel past. We kijken naar het aandeel (%) van elk gebied in de opleiding:
De factor achteraan zorgt dat opleidingen met weinig vaardigheden geen onterecht hoge score kunnen krijgen. Hoe meer vaardigheden, hoe dichter de factor bij 1 komt.
In gewone taal: tel op hoeveel procent van de opleiding bij jouw favoriete gebieden hoort en trek de minder-favoriete gebieden er van af. Corrigeer daarna naar beneden als de opleiding maar weinig vaardigheden heeft — zo kunnen opleidingen met weinig vaardigheden niet onterecht te hoog eindigen.
Wanneer is een score positief of negatief?
De gebieden die jij leuk vindt wegen samen zwaarder dan de gebieden die je minder leuk vindt in deze opleiding. De opleiding sluit aan bij jouw interesses.
positief = 1,32 · negatief = 0,50 → score = +0,82De gebieden die jij minder leuk vindt zijn juist dominant aanwezig in deze opleiding. De opleiding sluit niet goed aan bij jouw interesses.
positief = 0,40 · negatief = 0,70 → score = −0,30Opleidingen met een negatieve eindscore worden onderin de lijst geplaatst en als Slechte match gemarkeerd. Ze zijn nog wel zichtbaar zodat je het volledige overzicht behoudt.
Patissier heeft de volgende vaardighedenverdeling: R 10 · I 10 · A 10 · S 6 · E 12 · C 8. Dat zijn in totaal 56 vaardigheden. Het aandeel per letter = aantal ÷ 56.
Stel: na het beantwoorden van de vragen zijn jouw scores R +1, I −2, A +4, S 0, E +2, C −1. Dan ziet de berekening er zo uit:
Patissier scoort #1 omdat A (creatief, 18 % van de vaardigheden) en E (ondernemend, 21 %) beide sterk aanwezig zijn én positief in jouw profiel staan. De I- en C-letters leveren een aftrek, maar die weegt minder zwaar dan de positieve bijdrage.
Hoe meer vaardigheden een opleiding heeft, hoe betrouwbaarder haar score is. De correctiefactor totaal ÷ (totaal + 10) zorgt dat opleidingen met weinig vaardigheden iets lager uitvallen. Het getal 10 in die formule bepaalt hoe zwaar die correctie weegt. De tabel laat zien wat er verandert als je dat getal aanpast:
| Vaardigheden | Mild (getal = 5) | Huidig (getal = 10) | Streng (getal = 20) |
|---|---|---|---|
| 5 skills | 0,50 | 0,33 | 0,20 |
| 10 skills | 0,67 | 0,50 | 0,33 |
| 20 skills | 0,80 | 0,67 | 0,50 |
| 50 skills | 0,91 | 0,83 | 0,71 |
| 90 skills | 0,95 | 0,90 | 0,82 |